Uitspraak
BANCO PROVINCIAL OVERSEAS N.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant opende in 2013 een bankrekening bij de bank en sloot een internetbankiercontract waarbij hij verantwoordelijk is voor geheimhouding van toegangscodes. Tussen 28 december 2017 en 3 januari 2018 werden zonder zijn toestemming bedragen van zijn rekening afgeschreven. Appellant vorderde vergoeding van USD 33.285 plus wettelijke rente.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat voor internetbankieren toegang tot gebruikersnaam, toegangscode en de mobiele telefoon met OTP noodzakelijk is. Appellant gaf geen verklaring voor het vermeende onbevoegd gebruik en gebruikte ook de mogelijkheid van schriftelijke opdrachten met telefonische verificatie niet.
Het hof zag geen aanwijzingen ('red flags') die de bank tot actie hadden moeten brengen en oordeelde dat appellant de kosten van het hoger beroep moet dragen. Het bestreden vonnis werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van de vordering van appellant wegens gebrek aan bewijs van onbevoegd gebruik.