ECLI:NL:OGHACMB:2021:198

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
21 april 2021
Publicatiedatum
13 augustus 2021
Zaaknummer
CUR2021H00112
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • E.A. Saleh
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 226 RvArt. 235 RvArt. 116 Procesreglement 2018Art. 99 ProcesreglementArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verkorting van termijn in hoger beroep in kort geding afgewezen

Curaçao Airport Partners N.V. (CAP) is in kort geding veroordeeld door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. CAP is in hoger beroep gegaan en heeft tevens een verzoek ingediend tot verkorting van de beroepstermijnen, met het oog op acute cashflowproblemen veroorzaakt door het afwijzende vonnis en verscherpte coronamaatregelen.

Het Land Curaçao heeft bezwaar gemaakt tegen deze termijnverkorting, stellende dat het verzoek het Land zou benadelen in haar verdediging en dat de vorderingen van CAP juridisch niet toewijsbaar zijn. Ook acht het Land de spoedeisendheid en het dreigende faillissement niet aannemelijk.

De president van het Hof oordeelt dat hoewel spoedeisendheid aanwezig is, dit niet voldoende is om de termijnen verder te verkorten dan de eerste volzin van artikel 235 Rv Pro toestaat. De discretionaire bevoegdheid tot verdere termijnverkorting wordt niet uitgeoefend vanwege het ontbreken van grote spoed.

Het verzoek tot verdere verkorting wordt daarom afgewezen, maar het Hof zal trachten zo spoedig mogelijk een datum voor mondeling pleidooi te plannen, afhankelijk van de geldende COVID-19 maatregelen.

Uitkomst: Het verzoek tot verdere verkorting van de beroepstermijnen wordt afgewezen.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021
Registratienummer: CUR 2021H00112
Uitspraak: 21 april 2021
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
de naamloze vennootschap Curaçao AIRPORT PARTNERS N.V. (CAP),
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres,
thans appellante en verzoekster,
gemachtigden: mrs. M.F. Bonapart en Th. Aardenburg,
tegen
de openbare rechtspersoon HET LAND CURACAO,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde en verweerder,
gemachtigden: mrs. L.M. Virginia en C. de Bres.
Partijen worden hierna CAP en het Land genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Op 2 april 2021 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) tussen partijen vonnis in kort geding gewezen.
1.2
Bij akte van appel tevens inhoudende memorie van grieven d.d. 14 april 2021 met producties, op gelijke datum ingediend, is CAP in hoger beroep gekomen van dat vonnis. CAP heeft op 14 april 2014 een verzoek gericht aan de President van het Hof tot verkorting termijnen in hoger beroep in kort geding ex artikel 235 jo Pro artikel 116 Procesreglement Pro, tevens houdende verzoek mondeling pleidooi ex artikel 99 Procesreglement Pro jo artikel 6 EVRM Pro.
1.3
Op 16 april 2021 heeft het Land een reactie verzoek termijnverkorting ingediend.
1.4
Beschikking is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1
CAP heeft gesteld recht op en belang te hebben bij een uitspraak in hoger beroep op zeer korte termijn. CAP heeft hiertoe aangevoerd dat zij als gevolg van het afwijzende vonnis in kort geding en vanwege de inmiddels steeds stringenter wordende Corona-maatregelen in acute cashflow problemen verkeert. Door het vonnis is zij in ernstige mate verhinderd om haar tekorten (tijdelijk) te kunnen financieren. Aldus kan CAP de normale beroepstermijnen niet afwachten en is sprake van grote spoed.
2.2
Het Land heeft zich verzet tegen de verzochte termijnverkorting omdat deze het Land zou schaden in de verdediging, CAP daarbij geen belang heeft omdat haar vorderingen juridisch bezien niet toewijsbaar zijn en praktisch bezien niet op korte termijn kunnen leiden tot een oplossing van het liquiditeitsvraagstuk van CAP en de stellingen omtrent een onafwendbaar faillissement niet geloofwaardig zijn.
2.3
De enkele omstandigheid dat een zaak spoedeisend is en dat daarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, zoals bedoeld in art. 226 Rv Pro, is onvoldoende voor verdere verkorting van de termijnen dan overeenkomstig de eerste volzin van art. 235 Rv Pro. Daarvoor is nodig dat sprake is van grote spoed. In gevallen van grote spoed is de president niet verplicht de termijnen verder te verkorten. Het betreft een discretionaire bevoegdheid.
2.4
In het gestelde wordt geen aanleiding gezien om de termijnen verder te verkorten zoals door CAP verzocht. In zoverre wordt het verzoek afgewezen. Wel zal worden getracht om afhankelijk van de Covid-maatregelen op zo kort mogelijke termijn een datum voor mondeling pleidooi te bepalen.
B E S L I S S I N G
De president:
wijst het verzoek om (verdere) verkorting van de termijnen af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A. Saleh, lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken op 21 april 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.