Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
S T R A F V O N N I S
[verdachte],
strafrechtelijkeaard; tuchtrechtelijke of fiscale maatregelen vallen daar derhalve in beginsel niet onder.
TWEE (2) JAREN.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In hoger beroep is de verdachte, een notaris, veroordeeld voor het verduisteren van bedragen aan overdrachtsbelasting die hij uit hoofde van zijn ambt onder zich had en niet aan de overheid heeft afgedragen in de periode 1997-1998 op Sint Maarten.
De verdediging voerde niet-ontvankelijkheidsverweren aan, waaronder het ne bis in idem-beginsel en het gelijkheidsbeginsel, maar deze werden door het Hof verworpen. Het Hof oordeelde dat tuchtrechtelijke en fiscale maatregelen niet verhinderen dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt en dat andere notarissen niet in dezelfde positie verkeren.
Het Hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan verduistering als ambtenaar, maar sprak hem vrij van andere tenlastegelegde feiten. Gelet op de ernst van het feit, de schending van vertrouwen en de omstandigheden, waaronder de overschrijding van de redelijke termijn en de ontzetting uit het ambt, legde het Hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar op.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar wegens verduistering van overdrachtsbelasting.