ECLI:NL:OGHACMB:2021:375
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen fictieve afwijzende beschikking op bezwaar uitzettingsbevel
De minister van Justitie heeft op 5 maart 2020 een uitzettingsbevel tegen appellant uitgevaardigd met een periode van niet-toelating van 54 maanden. Appellant stelde op 13 maart 2020 bezwaar te hebben gemaakt tegen dit bevel en heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar, hetgeen als een fictieve afwijzing werd beschouwd. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift daadwerkelijk was ingediend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij het bezwaar per post had verzonden en maakte hij dit aannemelijk met een kopie van de envelop met postzegel. De minister betwistte de ontvangst en stelde dat de kopie niet voldeed om aannemelijk te maken dat het bezwaar was verzonden. Het hof oordeelde dat enkel een kopie van een envelop met postzegel onvoldoende bewijs is om te concluderen dat het bezwaarschrift daadwerkelijk ter post is gebracht.
Daarom bevestigde het hof de uitspraak van het Gerecht dat appellant geen bezwaar had ingediend en dat het beroep tegen de fictieve afwijzing niet-ontvankelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve afwijzende beschikking op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van aannemelijk bewijs van verzending van het bezwaarschrift.