Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
f36.000,-.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, houdster van de Chinese nationaliteit, had tot 6 juli 2018 rechtmatig verblijf in Curaçao. Zij verzocht op 21 juni 2018 om verlenging van haar tijdelijke verblijfsvergunning als inwonend dienstbode, maar dit verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van een originele verklaring van de belastingdienst waaruit het belastbaar inkomen van haar werkgever blijkt.
Na een bezwaarprocedure verklaarde het Gerecht in eerste aanleg het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting verklaarde haar gemachtigde dat appellante sinds 2019 in China verblijft en niet is teruggekeerd naar Curaçao, mede door de coronapandemie.
Het Hof oordeelde dat appellante geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Een gegrond beroep zou slechts leiden tot rechtmatig verblijf tot 6 juli 2019, waarna een verblijfsgat zou ontstaan omdat geen nieuwe aanvraag is ingediend. Hierdoor kan appellante door het hoger beroep niet in een gunstiger positie komen. Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.