Uitspraak
1.Het procesverloop
2.Wat aan het verzoek voorafging
3.Het verzoek
4.Standpunt procureur-generaal
5.De beoordeling
6.De beslissing
wijst afhet verzoek.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, waarbij hij stelde 10 dagen in verzekering en 594 dagen in voorlopige hechtenis te hebben doorgebracht, wat 330 dagen langer is dan de opgelegde straf van 12 maanden.
Het Hof heeft vastgesteld dat de dwangmiddelen rechtmatig zijn toegepast en dat de strafzaak is geëindigd met een veroordeling tot gevangenisstraf. De procureur-generaal erkende dat vergoeding mogelijk is bij rechtmatige detentie, maar wees op de proceshouding van verzoeker en de opgelegde straf.
Het Hof oordeelde dat er geen gronden van redelijkheid en billijkheid zijn om schadevergoeding toe te kennen omdat de strafzaak niet eindigde zonder straf of maatregel, ondanks de langere duur van de voorlopige hechtenis. Ook het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
De beschikking werd gegeven door drie rechters van het Gemeenschappelijk Hof op 15 december 2021.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding na preventieve hechtenis wordt afgewezen omdat de strafzaak eindigde met een gevangenisstraf.