Uitspraak
HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een hoger beroep van een voormalige ambtenaar die na haar pensioen bij het openbaar lichaam Bonaire werkzaamheden bleef verrichten en hiervoor een vergoeding vorderde. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af omdat de grondslag ontbrak.
De appellant stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst na haar pensioen, maar het Hof oordeelde dat niet was voldaan aan de vereisten van een arbeidsovereenkomst, zoals ondergeschiktheid en loonafspraak. Ook andere mogelijke rechtsgronden, zoals de Special Conditions van het EC/OCT-project of een overeenkomst van opdracht, konden de vordering niet dragen.
Het Hof overwoog dat de werkzaamheden vrijwillig waren en dat de appellant reeds een beperkte vergoeding had ontvangen voor specifieke projecten. De vordering tot betaling van een vergoeding voor de periode na haar pensioen werd daarom afgewezen en het vonnis van eerste aanleg bevestigd.
De appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het vonnis werd uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 9 februari 2021.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van werkzaamheden na pensionering wordt afgewezen wegens ontbreken van een rechtsgrondslag.