ECLI:NL:OGHACMB:2021:77
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- M.W. Scholte
- E.M. van der Bunt
- Th. G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling nalatenschap en oproeping niet-gemedeelde erfgenaam
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen vonnissen inzake de verdeling van de nalatenschappen van de ouders van de partijen. De nalatenschap omvat onder meer certificaten van aandelen in diverse vennootschappen en een woning in Curaçao. In eerste aanleg werd een verdeling vastgesteld waarbij de certificaten en het vruchtgebruik van de woning werden toegewezen aan verschillende erfgenamen.
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen deze verdeling en vorderen vernietiging van het vonnis van 4 november 2019, met afwijzing van de vorderingen van geïntimeerde en toewijzing van hun eigen vorderingen. Geïntimeerde voert het verweer dat een andere mede-erfgenaam, die in eerste aanleg partij was maar in hoger beroep niet is verschenen, alsnog betrokken moet worden omdat het hier een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft.
Het Hof verwijst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad over processueel ondeelbare rechtsverhoudingen en stelt dat alle betrokken erfgenamen in het geding moeten zijn om een geldige beslissing te kunnen nemen. Omdat de medegedaagde niet in hoger beroep is meegekomen, beveelt het Hof dat appellanten deze alsnog oproepen op grond van artikel 12a Rv. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: Appellanten moeten een mede-erfgenaam die niet in hoger beroep is meegekomen alsnog oproepen, waarna de zaak wordt aangehouden.