De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen van een gewapende beroving waarbij het slachtoffer werd bedreigd en geschoten, maar veroordeeld voor opzetheling van een scooter. De officier van justitie ging in hoger beroep tegen deze vrijspraak en eiste zeven jaar gevangenisstraf.
Het Hof heeft het bewijs opnieuw gewogen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, en camerabeelden. Het slachtoffer kon de dader niet ondubbelzinnig identificeren en de camerabeelden waren onvoldoende duidelijk. Ook getuigenverklaringen en het aantreffen van de scooter bij een kennis van de verdachte boden onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de beroving.
Daarentegen concludeerde het Hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling door het voorhanden hebben en overdragen van een door misdrijf verkregen scooter. De gevangenneming werd afgewezen vanwege het ontbreken van een gegronde reden.
Het Hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, verbeterde enkele bewijsoverwegingen en sprak de verdachte vrij van de beroving, maar veroordeelde hem voor opzetheling.