ECLI:NL:OGHACMB:2022:288
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- M.W. Scholte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nakoming vaststellingsovereenkomst en loonvordering na beëindiging arbeidsovereenkomst
Appellant was werknemer bij Smein Hosting N.V. en had een arbeidsovereenkomst die per 15 januari 2020 werd beëindigd. Bij beëindiging bestond een vordering van appellant op Smein wegens achterstallig loon en andere vergoedingen. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken werden gemaakt over het bevriezen en later vrijgeven van bitcoins op de rekening van appellant, en de afwikkeling van openstaande vorderingen.
Na beëindiging ontstond een geschil over de nakoming van deze vaststellingsovereenkomst, met name over het al dan niet vrijgeven van de bitcoinrekening en de betaling van een bedrag aan klanten van Smein. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering van appellant af, stellende dat Smein haar verplichtingen uit de overeenkomst was nagekomen en dat de vordering niet aannemelijk was.
Appellant stelde in hoger beroep dat Smein de overeenkomst niet was nagekomen en dat daardoor zijn vordering bleef bestaan. Het Hof constateerde dat de feiten zoals vastgesteld door het Gerecht niet waren bestreden en verwees de zaak naar de rol voor nadere productie van bewijs door Smein, waarna verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het Hof wees het hoger beroep niet toe en verwees de zaak voor nadere productie naar de rol, waarbij verdere beslissing werd aangehouden.