ECLI:NL:OGHACMB:2022:43
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wegingsfactor proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen op bezwaar
Appellant, een Colombiaanse nationaliteit dragende persoon, diende een verzoek om internationale bescherming in Aruba in en werd geconfronteerd met een uitzettingsbevel en afwijzing van zijn verzoek. Vervolgens vroeg hij schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring en maakte bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek. Het Gerecht vernietigde de fictieve afwijzende beschikking op bezwaar en bepaalde dat de minister binnen drie maanden een reële beschikking moest geven, waarbij een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast voor de proceskostenvergoeding.
In hoger beroep stelde appellant dat een hogere wegingsfactor van 0,5 toegepast had moeten worden, zoals in Nederland gebruikelijk is bij zaken over het niet tijdig beslissen. Het Hof overwoog dat het aan het Gerecht is om de zwaarte van de zaak te beoordelen en dat de behandeling van beroep en hoger beroep in beginsel als gemiddeld wordt beschouwd, tenzij er duidelijke redenen zijn voor afwijking.
Het Hof vond geen aanleiding om het oordeel van het Gerecht dat de zaak zeer licht was en daarom een wegingsfactor van 0,25 passend was, te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van het Gerecht bevestigd en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.