ECLI:NL:OGHACMB:2022:46
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergunning tijdelijk verblijf wegens bestaand huwelijk en bigamie
Appellant, geboren in 1968 in de Dominicaanse Republiek, heeft meerdere huwelijken gesloten: eerst met vrouw 1, daarna onder een valse naam met vrouw 2, en later met vrouw 3. Het huwelijk met vrouw 2 is geregistreerd en nog steeds geldig volgens de registers van de Dominicaanse Republiek en Aruba.
De minister wees het verzoek van appellant om een vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinshereniging met vrouw 3 af, omdat het huwelijk met vrouw 2 nog bestaat en appellant zich schuldig maakt aan bigamie, wat strafbaar is in Aruba. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het huwelijk met vrouw 2 nietig is vanwege het gebruik van een valse naam en dat hij gescheiden is van vrouw 1 voordat hij met vrouw 3 trouwde. Het hof oordeelde dat het gebruik van een valse naam niet leidt tot nietigheid van het huwelijk, aangezien de persoon met wie vrouw 2 trouwde duidelijk appellant is. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het huwelijk met vrouw 2 is ontbonden.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt de afwijzing van het verzoek tot verblijf bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een vergunning tot tijdelijk verblijf bevestigd.