ECLI:NL:OGHACMB:2022:90
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- E.M. van der Bunt
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding met Colombiaans huwelijksvermogensrecht
Partijen zijn op 27 juni 2001 in Colombia gehuwd en hebben geen huwelijksvoorwaarden opgesteld. De man verzocht de echtscheiding uit te spreken, waarna de vrouw tegenverzoeken indiende om de huwelijksgemeenschap te scheiden en de verdeling van bepaalde goederen vast te stellen.
Het Gerecht wees de tegenverzoeken af omdat onduidelijk was of partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd. In hoger beroep stelde de vrouw dat het eerste huwelijksdomicilie Colombia was, waardoor Colombiaans huwelijksvermogensrecht van toepassing is. Dit recht leidt tot een gemeenschap van goederen die tijdens het huwelijk zijn verkregen.
Het Hof oordeelt dat de tegenverzoeken betrekking hebben op de tijdens het huwelijk verkregen goederen en dat deze deel uitmaken van de te verdelen huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw heeft recht op verdeling hiervan. Het Hof wijst het meer of anders verzochte af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof beveelt de man mee te werken aan de verdeling van tijdens het huwelijk verkregen goederen en wijst het overige af.