Uitspraak
Zaaknummer: H 75/21
Beslissing
[Veroordeelde],
.
BESLISSING
$2.300 (drieëntwintighonderd Amerikaanse dollar);
$2.300 (drieëntwintighonderd Amerikaanse dollar);
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 30 mei 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. De zaak betreft een ontnemingsvordering ex artikel 1:77 Wetboek Pro van Strafrecht, voortvloeiend uit een strafzaak waarin de veroordeelde is veroordeeld voor invoer van 12,5 kilo hennep.
Het Gerecht had de vordering van de officier van justitie tot ontneming afgewezen vanwege vrijspraak in de strafzaak, maar het Hof vernietigde deze beslissing. Op basis van verklaringen van de veroordeelde en andere bewijsmiddelen stelde het Hof vast dat de veroordeelde meerdere zendingen hennep had ontvangen en afgeleverd, waarbij hij geld had verdiend. Het Hof schatte het wederrechtelijk verkregen voordeel op $2.300.
Het Hof legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan het land Sint Maarten te betalen, met de maatregel van vervangende hechtenis van 82 dagen bij niet-betaling. De beslissing is gebaseerd op artikelen 1:59 en 1:77 van het Wetboek van Strafrecht en houdt rekening met de draagkracht van de veroordeelde.
Uitkomst: Het Hof legt een betalingsverplichting van $2.300 op aan de veroordeelde ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.