Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- Op voornoemde gronden het door [Appellant] ingesteld hoger beroep ongegrond te verklaren, voorts het op 17 oktober 2022 door het GEA te Curaçao gewezen vonnis, onder registratie nr. CUR202200096, tussen [Geïntimeerde] als eiseres in conventie en [Appellant] als gedaagde in conventie te bevestigen en opnieuw rechtdoende, nogmaals [Appellant] niet ontvankelijk te verklaren in de door hem ingestelde vordering, althans hem die te ontzeggen, zulks met veroordeling van [Appellant] in de kosten van het geding in beide instanties;
- Het bedrag van fl 250 welke [Geïntimeerde] in incidenteel hoger beroep heeft ingesteld van voornoemde vonnis n.a.v. de beslissing van 4.8 jo. 4.12 van het Gerecht, ontvankelijk te verklaren en toe te kennen aan [Geïntimeerde] bij voorraad uitvoerbaar;
- Vermeerdering van eis van [Geïntimeerde] zijnde de schadevergoeding Nafl 7.543,- welke te wijten is door het onrechtmatig handelen van [Appellant] op grond van eigengebruik en weerspannigheid tot afgifte van de goederen aan [Geïntimeerde], ontvankelijk te verklaren en toe te kennen aan [Geïntimeerde] met inachtneming van de wettelijke kosten vanaf 12 december 2021 bij voorraad uitvoerbaar. Tevens veroordeling van afgifte van studiemateriaal en andere verknochte goederen aan [Geïntimeerde] bij voorraad uitvoerbaar (welke is aangegeven met een kruisje in de lijst van politieaangifte);
- Vermeerdering van eis zijdens [Geïntimeerde] voor het bedrag van nafl. 5.685,05 door nagekomen kosten van betaling voor bouwwerkzaamheden ten titel van dezelfde geldovereenkomst in dezelfde periode tussen partijen bij voorraad uitvoerbaar.