Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
onemonth.
onemonth.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Banco di Caribe verstrekte aan [cliënte] een hypothecaire lening voor de aankoop van een woning te Curaçao. Na verkoop van de woning bleef een restschuld van circa NAf 200.000 over. De bank vorderde betaling van deze restschuld, maar het Gerecht wees deze vorderingen af en verbood het beslag op het erfpachtrecht van [cliënte].
In hoger beroep wijzigde Banco di Caribe haar eis tot betaling van NAf 337.737 met rente. Het Hof stelde vast dat Banco di Caribe de gehele schuld niet eerder had opgeëist dan bij het inleidend verzoekschrift en dat [cliënte] redelijkerwijs mocht aannemen dat zij voldeed aan een betalingsregeling ('payment arrangement facility'). De bank had bovendien niet voldaan aan haar bijzondere zorgplicht en de waarheidsplicht door niet alle relevante feiten tijdig en volledig aan te voeren.
Gelet op deze schendingen achtte het Hof het onaanvaardbaar dat de bank de gehele schuld opeiste zonder eerst buiten rechte te hebben gehandeld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het vonnis van het Gerecht bevestigd. Banco di Caribe werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en wijst de vordering van Banco di Caribe tot betaling van de restschuld af wegens schending van de bancaire zorgplicht en onvolledige informatieverstrekking.