Uitspraak
[APPELLANT 1],
1.De zaak in het kort
Het verdere verloop van de procedure
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak gaat het om de ontwikkeling van een perceel te Cole Bay, Sint Maarten, waarbij [geïntimeerde] een ontwikkelingsovereenkomst sloot met Abij. Abij zou het perceel splitsen, infrastructuur aanleggen en de percelen verkopen. Na een ontbindingsverklaring door [geïntimeerde] in 2018 ontstond een geschil over de afrekening en uitvoering.
Het Hof heeft diverse vragen beantwoord, waaronder de hoogte en het moment van betaling aan [geïntimeerde], de reikwijdte van het exchange-beding en de eigendom van perceel 15. Het exchange-beding, bedoeld als vergoeding aan Abij, is niet uitgevoerd. Abij heeft geen vergoeding ontvangen in de vorm van grond, terwijl [appellant 1] perceel 15 in privé heeft verkregen.
Het Hof oordeelt dat [geïntimeerde] recht heeft op een betaling van USD 190.602,93 aan haar, als saldo na eerdere betalingen. Er is geen reden om [appellant 1] aansprakelijk te houden of om hem te veroordelen tot schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking. Het project is voltooid, Abij ontplooit geen activiteiten meer, en er is onvoldoende bewijs voor aanvullende schade. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Abij wordt veroordeeld tot betaling van USD 190.602,93 aan [geïntimeerde], overige vorderingen worden afgewezen.