Uitspraak
[CURATOR]
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak is Korpodeko in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. De zaak betreft een geschil over de incasso van een vordering, de zogenaamde Venezuela-claim, met een waarde van tientallen miljoenen Amerikaanse dollars. Korpodeko betwist de hoogte van het griffierecht dat geheven is, omdat zij meent dat haar eis van onbepaalde waarde is en de kans op betaling gering.
De griffier stelt echter dat Korpodeko een direct geldelijk belang heeft dat kan worden gewaardeerd op een bedrag dat rechtvaardigt dat het griffierecht wordt getaxeerd op NAf 15.000,-. Er is reeds NAf 900,- betaald, zodat een naheffing van NAf 14.100,- wordt opgelegd. Het Hof geeft Korpodeko de gelegenheid om binnen zes weken het nageheven bedrag te voldoen.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 18 april 2023 voor een akte van uitlating over het griffierecht door Korpodeko, waarbij bewijs van betaling moet worden gevoegd. Het Hof houdt verdere beslissingen aan totdat deze procedure is afgerond.
De uitspraak is gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 14 februari 2023.
Uitkomst: Het Hof stelt naheffing griffierecht vast en verwijst de zaak voor nadere uitlating, houdt verdere beslissing aan.