ECLI:NL:OGHACMB:2023:191
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering en tegenvordering inzake fiscale werkzaamheden en schuldbekentenis
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde betaling van de appellant voor fiscale werkzaamheden, gesteund op een schuldbekentenis. De appellant vordert in reconventie betaling voor diverse werkzaamheden die hij stelt te hebben verricht voor de geïntimeerde en haar echtgenoot. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering van de geïntimeerde toe en wees de tegenvordering van de appellant af.
In hoger beroep betwist de appellant de waarheid van de schuldbekentenis, stelt dat hij deze onder vriendschappelijke druk heeft ondertekend en voert aan dat de kwaliteit van het werk van de geïntimeerde onvoldoende was. Het Hof erkent de dwingende bewijskracht van de schuldbekentenis, maar staat tegenbewijs toe en nodigt partijen uit om bewijs te leveren, waaronder getuigenverhoor.
Daarnaast beoordeelt het Hof de overige vorderingen, waarbij het merendeel van de tegenvorderingen van de appellant wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van overeenkomsten. De vordering van de geïntimeerde voor werkzaamheden ten behoeve van het nieuwe ziekenhuis in Otrobanda wordt toegewezen. Het Hof houdt verdere beslissing aan en plant een nader bewijsproces.
Uitkomst: Het Hof staat tegenbewijs toe tegen de schuldbekentenis en houdt verdere beslissing aan voor nader bewijs en beoordeling.