Uitspraak
[belanghebbende], geboren op 8 september 2016 in Aruba (hierna: de minderjarige).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De moeder van de minderjarige heeft in hoger beroep verzocht om toestemming om met het kind naar Nederland te verhuizen om daar een opleiding te volgen. De vader verzocht om de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem in Aruba te bepalen en een verbod op verhuizing.
Het hof heeft de feiten vastgesteld, waaronder de hechte band van het kind met beide ouders en grootouders in Aruba, en de stabiele situatie waarin het kind zich bevindt. De moeder wil in Nederland een BBL-opleiding volgen en tijdelijk bij haar moeder wonen, maar heeft nog geen werkcontract en de woon- en werksituatie is niet volledig geregeld.
Het hof oordeelt dat de belangen van het kind prevaleren boven het belang van de moeder om te verhuizen. De impact van verhuizing op het kind en het verlies van dagelijks contact met de vader en grootouders is te groot. Daarom wordt het verzoek tot verhuizing afgewezen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om met de minderjarige naar Nederland te verhuizen wordt afgewezen en de beschikking van het Gerecht bevestigd.