ECLI:NL:OGHACMB:2023:246
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over cessie vorderingen en beslag op gemeenschapsgoederen na echtscheiding op Bonaire
De zaak betreft een geschil tussen [de zakenpartner] en [de vrouw] over de vraag of [de zakenpartner] uit hoofde van een cessie aanspraak kan maken op betaling door [de vrouw] van vorderingen uit een echtscheidingsconvenant met haar ex-echtgenoot. De eerste rechter wees alle vorderingen af. In hoger beroep werd het geschil opnieuw beoordeeld.
Feiten zijn onder meer dat [de vrouw] en haar ex-echtgenoot huwelijkse voorwaarden hadden met koude uitsluiting, maar zij toch bepaalde goederen als gemeenschappelijk aanmerkten. Het echtscheidingsconvenant regelde de verdeling van gemeenschappelijke privé-goederen en stelde een betalingsverplichting van [de vrouw] aan haar ex-echtgenoot wegens overbedeling. Later werd een akte gesloten waarbij de vorderingen van de ex-echtgenoot op [de vrouw] werden gecedeerd aan [de zakenpartner]. Conservatoire beslagen werden gelegd op onroerende zaken die als gemeenschappelijk werden beschouwd.
Het Hof oordeelt dat de betalingsverplichting uit het echtscheidingsconvenant niet opeisbaar is jegens [de vrouw], mede door de beslagen die uitvoering daarvan belemmerden en de eisen van redelijkheid en billijkheid. Ook is onvoldoende gesteld dat de verkoopopbrengst van een erfpachtsperceel een opeisbare vordering oplevert. De conservatoire beslagen zijn daarom opgeheven. De vordering van [de vrouw] tot vergoeding van gemiste huurinkomsten is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het principaal hoger beroep faalt, het incidenteel hoger beroep slaagt gedeeltelijk, en proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het Hof heft de conservatoire beslagen op en bevestigt verder het vonnis van eerste aanleg.