Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De beoordeling
[erfgenaam 2]van 12 mei 2003, getekend door [erfgenaam 2], luidende:
[erfgenaam 8]van 2 juni 2006, getekend door [erfgenaam 8] en [appellante], luidende:
[erfgenaam 1]van 29 januari 2008, getekend door [erfgenaam 1], luidende:
[erfgenaam 9]), de weduwe van [erfgenaam 8], van 19 juli 2018, getekend door [erfgenaam 9], luidende onder meer:
[erfgenaam 2]houdt een algemene volmacht aan [erfgenaam 8] in die de afspraak van [erfgenaam 8] met [appellante] (onder b) ter zake van de 20% kan bestrijken. [erfgenaam 8] contracteert overigens niet met zoveel woorden mede
namens[erfgenaam 2] of de andere broer en zuster.
[erfgenaam 8](onder b) betreft 20% van de verkoopopbrengst, niet 20% van de huuropbrengst.
[erfgenaam 1](onder c) bevestigt ook [erfgenaam 1] de afspraak van [erfgenaam 8] met [appellante] (onder b). Ook hier wordt alleen het percentage van de verkoopopbrengst genoemd, niet dat van de huuropbrengst.
[erfgenaam 3], die in de Verenigde Staten woonde, ontbreekt een verklaring. Aannemelijk is wel dat hij wist van de procedure en de procesvertegenwoordiging en dus akkoord ging met (een redelijke) beloning van [appellante].
[erfgenaam 9]heeft verklaard (
de audituen volgens de erven [erflater] door [appellante] opgemaakt [dupliek onder 3.5]), zou kunnen worden afgeleid dat de broers en zuster (bij stilzwijgende overeenkomst) het
beheervan de nalatenschap aan [erfgenaam 8] hadden opgedragen (artikel 3:168 BW Pro). Het contracteren met [appellante], met het 20%-beding, teneinde het huis leeg te kunnen opleveren na verkoop, kan als daad van beheer worden gezien.
vrijdag 24 april 2023 om 15.00 uur;