Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
de huurder”,
de Stichting”,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De huurder is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder verzocht het Hof om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis totdat het hoger beroep is afgerond.
Het Hof beoordeelde het verzoek tot schorsing aan de hand van belangenafweging. De huurder woont al 23 jaar met zijn echtgenote in de woning, is bijna 65 jaar oud en stelt dat hij bij ontruiming geen vergelijkbare betaalbare woning kan vinden en daardoor op straat komt te staan. De Stichting stelt dat zij woningen moet kunnen toewijzen aan woningzoekenden die wel aan hun betalingsverplichtingen voldoen.
Het Hof oordeelde dat het belang van de huurder om in zijn woning te blijven wonen zwaarder weegt dan het algemene belang van de Stichting bij onmiddellijke ontruiming. Daarom werd de tenuitvoerlegging van de ontruiming geschorst onder de voorwaarden dat de huurder de huurachterstand binnen vier weken volledig inloopt en de gebruiksvergoeding maandelijks vooruitbetaalt. Bij niet-nakoming herleeft de uitvoerbaarheid van het vonnis. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de ontruiming wordt geschorst onder de voorwaarde dat de huurder de huurachterstand binnen vier weken inloopt en de gebruiksvergoeding maandelijks vooruitbetaalt.