ECLI:NL:OGHACMB:2023:295
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Bevel tot mondelinge behandeling in geschil over verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding
Deze zaak betreft een langdurig geschil over de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen die in 1991 in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd en in 2005 zijn gescheiden. Het eerste verdelingsvonnis dateert uit 2006. Diverse verzoekschriften en vonnissen volgden, waaronder een verzetvonnis uit 2013 dat door de man in hoger beroep is aangevochten. De vrouw stelde incidenteel hoger beroep in, maar stukken daarvan ontbreken.
De procedure kende meerdere aanhoudingen en herhaalde pleidooien, waarbij partijen onder meer strijden over de toedeling van onroerende zaken en vermogensbestanddelen. Ook is er een afzonderlijke procedure over vermeende ongerechtvaardigde verrijking door de vrouw met betrekking tot een perceel dat door de man en zijn nieuwe echtgenote bebouwd zou zijn.
Het Hof constateert dat het hoger beroep niet goed kan worden beoordeeld zonder kennis te nemen van ontbrekende stukken en wil de zaak mondeling behandelen. Tevens wordt onderzocht of dit hoger beroep samen met andere lopende hoger beroepen kan worden behandeld. Het Hof beveelt een mondelinge behandeling op een nader te bepalen datum en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het Hof beveelt een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.