Uitspraak
[HUURDER 1],
[VERHUURSTER 2],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
pest controlheeft laten komen, maar dat [huurders] menen dat [verhuurder] ook een verblijfplaats voor de huurders en hun honden moet regelen. In de lijst van 7 juli 2019 staan ongeveer dezelfde klachten als in de brief van 2 mei 2018; volgens die lijst is er inmiddels gespoten tegen kakkerlakken. [verhuurder] heeft blijkens zijn brieven van 7 mei 2018 en 7 oktober 2019 (en ook blijkens de brieven van [huurders]) diverse malen actie ondernomen en kosten gemaakt om te trachten de klachten van [huurders] te verhelpen. Bij memorie van grieven heeft [verhuurder] gesteld dat partijen bij het begin van de huur afspraken hebben gemaakt over te verrichten werkzaamheden en dat [verhuurder] die afspraken is nagekomen, en dat hij daarna ook later gebleken problemen heeft verholpen. [huurders] hebben weliswaar betwist dat het zo was afgesproken, maar niet dat [verhuurder] de drie gebreken heeft doen verhelpen waarvan hij bij de aanvang van de huur zei dat hij die zou doen verhelpen. Ook hebben zij niet betwist dat [verhuurder] werkzaamheden aan de afrastering heeft doen uitvoeren (volgens [verhuurder] was hij niet gehouden tot verdere werkzaamheden aan de afrastering). Al met al leveren noch de in de brief van 2 mei 2018 opgesomde klachten, noch de klachten in de lijst van 7 juli 2019, in samenhang beschouwd en met inachtneming van de werkzaamheden die [verhuurder] heeft doen verrichten, een zo substantiële aantasting van het woongenot op dat enige huurvermindering gerechtvaardigd is.