ECLI:NL:OGHACMB:2023:321
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- S. Verheijen
- G.C.C. Lewin
- F.V.L.M. Wannyn
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring van dagvaarding in hoger beroep wegens onjuiste betekening
In deze strafzaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao de verdachte vrijgesproken van de tenlasteleggingen. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 6 april 2023 bleek dat de dagvaarding voor de hogerberoepszitting niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de verdachte was betekend. De verdachte was niet verschenen op de zitting, waardoor het Hof het onderzoek niet kon voortzetten.
Het Hof oordeelde dat vanwege de onjuiste betekening van de dagvaarding de dagvaarding in hoger beroep nietig moest worden verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is en het vonnis van de eerste aanleg in stand blijft.
De beslissing werd uitgesproken in een openbare zitting op 6 april 2023 in Curaçao, waarbij het Hof werd gevormd door voorzitter S. Verheijen en leden G.C.C. Lewin en F.V.L.M. Wannyn.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard vanwege onjuiste betekening, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is.