ECLI:NL:OGHACMB:2023:328

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
2 oktober 2023
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
H-56/2023
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:224 Wetboek van Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep vervoer verdovende middelen met aangepaste straf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens het vervoeren van verdovende middelen als bemanningslid op een vaartuig. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Tijdens de terechtzitting nam het Hof kennis van de vorderingen van de procureur-generaal en de verdediging. Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht, met een aanpassing van de straf en een verbetering van de bewijsmiddelen. De oorspronkelijke bedragen in het bewijs werden gecorrigeerd van 90.000 US$ naar 9.000 US$ en van 20.000 US$ naar 2.000 US$.

Het Hof oordeelde dat de straf van vijf jaar passend was gelet op soortgelijke zaken, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn beperkte rol als bemanningslid en zijn proceshouding. Daarom werd de straf verlaagd naar 4,5 jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.

Het vonnis werd door het Hof op 2 oktober 2023 uitgesproken in Aruba, waarbij het vonnis van het Gerecht voor het overige werd bevestigd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor vervoer van verdovende middelen.

Uitspraak

Zaaknummer: H-56/2023

Parketnummer: 300.06226/22
Uitspraak: 2 oktober 2023 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van 31 maart 2023 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D.G. Croes, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en onder verbetering van de bewijsmiddelen.
Verbetering bewijsmiddelen
Het Gerecht heeft in bewijsmiddel 4 van het vonnis waarvan beroep opgenomen:
“(…) Ik zou 90.000 US$ krijgen als ik op het vaartuig zou gaan werken. Ik heb twee dagen voor vertrek als 20.000 US$ ontvangen. (…)”
Het Hof verbetert die zinnen als volgt:
“(…) Ik zou 9.000 US$ krijgen als ik op het vaartuig zou gaan werken. Ik heb twee dagen voor vertrek als 2.000 US$ ontvangen. (…)”
Oplegging van straf
De procureur-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.
Het Hof verenigt zich met de overwegingen van het Gerecht ten aanzien van de strafoplegging, neemt deze over en verwijst daarnaar. Voor wat betreft de hoogte van de straf overweegt het Hof als volgt.
Gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten, met vergelijkbare hoeveelheden, door de rechter worden opgelegd wordt de in eerste aanleg opgelegde straf in beginsel passend geacht. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals namens hem ter terechtzitting toegelicht, zijn beperktere rol als bemanningslid en zijn proceshouding wordt aanleiding gezien om over te gaan tot de oplegging van een lagere straf.
Het Hof is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaar passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 1:224 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht voor wat betreft de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4,5 (viereneenhalf) jaar;
beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bevestigt het vonnis van het Gerecht voor het overige, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.A. Angela, voorzitter, mr. F.V.L.M. Wannyn en mr. H. de Doelder, leden van het Hof, bijgestaan door mr. J. Mulder, zittingsgriffier, en op 2 oktober 2023 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
Mr. De Doelder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.