Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, en ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van het beroep van masseur.
Zowel de verdachte als de officier van justitie hadden hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat het onderzoek onvolledig was omdat potentiële getuigen niet waren gehoord. Het Hof besloot daarom het onderzoek te heropenen en te schorsen, en bepaalde dat de rechter-commissaris de ontbrekende getuigen zal horen.
De zaak wordt aangehouden tot de nieuwe terechtzitting op 21 november 2023, waarbij gebruik zal worden gemaakt van een directe beeld- en geluidsverbinding tussen Curaçao en Aruba. Tevens werden beslissingen genomen over schadevergoedingsvorderingen van benadeelden en het geschorste bevel van voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Het vonnis werd uitgesproken door drie leden van het Hof en de griffier, waarbij de jongste rechter en de uitspraakgriffier niet konden ondertekenen.