Uitspraak
Vonnis
[VERDACHTE],
mr. R.J. Boswijk, en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw,
mr. S.D.M. Roseburg, naar voren is gebracht.
:
op een of meer tijdstip(pen),in
of omstreeksde periode van 12 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2021 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
(telkens
)in haar hoedanigheid van politieagent aan een persoon, namelijk [politieagent 1], een gift in de vorm van een geldbedrag ter hoogte van USD 7.500,00, voor zichzelf en
/ofeen
anderheeft gevraagd:
en/of;ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door haar in haar huidige en/of vroegere bediening van politie ambtenaar is gedaan of nagelaten,
(vervolgens)naar het werk van [politieagent 1] gegaan en
/of heeftdaarbij gezegd dat [politieagent 1] een probleem heeft, en
/of;
(vervolgens
)tegen [politieagent 1] gezegd dat hij onderwerp was van een onderzoek door de politie
/DEA, en
/of;
(vervolgens
)tegen [politieagent 1] gezegd dat dit probleem opgelost kon worden door betaling van USD 7.500,- en
/of;
(vervolgens
)tegen [politieagent 1] gezegd dat hij met slechte mensen om ging en hij USD 7.500,- moest betalen om met rust gelaten te worden, en
/of;
(vervolgens
)tegen [politieagent 1] gezegd dat hij
die avondnaar een ontmoetingsplaats nabij Bel Air Beach moest komen, en
/of;
(vervolgens
)[politieagent 1] ontmoet nabij Bel Air Beach en tegen [politieagent 1] gezegd dat zij informatie over hem had en de man geld moest betalen om die informatie te krijgen, en
/of;
(vervolgens
) een ofmeerdere
(door een observatieteam genomen
)foto’s
getoond ofheeftlaten tonen aan [politieagent 1] en
/ofom een telefoonnummer van [politieagent 1]
heeftgevraagd, en
/of;
(vervolgens
)die [politieagent 1]
een of meerdere malengebelden
o.a. doormiddel van dreigementen te trachtendie [politieagent 1]
te dwingen, althanste overtuigen een geldbedrag van USD 7.500.00 te betalen.
, en/of;
op een of meer tijdstip(pen),in
of omstreeksde periode van 12 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2021 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, (telkens), opzettelijk een
of meerderegeheim
en, te weten informatie uit
een(lopende) strafrechtelijke en/ofpolitieonderzoek
envan het Korps Politie Sint Maarten, waarvan zij wist
of redelijkerwijs had moeten vermoedendat zij uit hoofde van ambt
en/of beroep, te weten als politieagent van het Korps Politie Sint Maarten,
dan wel uit hoofde van wettelijk voorschrift,verplicht is
hette bewaren, heeft geschonden, immers heeft verdachte
in het (geautomatiseerd) bedrijfsprocessensysteem en/offotobestanden van observatie dossiers
, althans gesloten systemenvan het Korps Politie Sint Maarten
persoonsgegevens en/ofen
/of andere informatie behorende bij [politieagent 1] geraadpleegd
en/of bevraagd en/of uit dat(die) syste(e)m(en) geëxporteerden
(vervolgens
)voornoemde informatie verstrekt aan
(een
)ander
(en)die tot kennisneming daarvan onbevoegd wa
(r)s
(en).
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Ter onderbouwing van feit 1 primair heeft de raadsvrouw betoogd dat voor een strafbaar handelen is vereist dat degene aan wie om een gift wordt gevraagd op de hoogte is dat de persoon wie om de gift vraagt een ambtenaar is en dat tegenover de gift een handelen of nalaten van de ambtenaar staat die in strijd is met de plicht van die ambtenaar.Echter, niet is gebleken dat [politieagent 1] wetenschap had van de functie van de verdachte en de medeverdachte, en dat zij aan hem hebben aangeboden om iets in strijd met hun ambt te doen of na te laten. Dit betekent dat er geen bewijs voorhanden is voor passieve ambtelijke omkoping door de verdachte.
Het Hof is van oordeel dat de verdachte haar ambtsgeheim heeft geschonden.
De foto’s van [politieagent 1] zijn gemaakt in het kader van een observatie in een politieonderzoek en zijn slechts bestemd voor politieambtenaren die daartoe geautoriseerd en dus bevoegd zijn. De medeverdachte beschikte over deze informatie uit hoofde van zijn functie als politieambtenaar in het kader van dat politieonderzoek. De verdachte, die ook politieambtenaar is, was niet bij dit politieonderzoek betrokken. Zij kreeg deze informatie doorgestuurd van de medeverdachte. Uit de aard van deze informatie volgt dat ook de medeverdachte als politieambtenaar redelijkerwijs moest vermoeden dat zij verplicht was deze geheime informatie te bewaren. Het feit dat het onderzoek waartoe de observatiefoto’s behoorden tot een einde was gekomen en de medeverdachte de observatiefoto’s op zijn privé-telefoon had staan, maakt niet dat het geheime karakter aan die informatie ontvalt en dat het de verdachte en de medeverdachte als politieambtenaren vrij stonden deze met buitenstaanders te delen.
De medeverdachte kwam met het initiatief om het slachtoffer om te kopen en heeft de verdachte benaderd om contact met het slachtoffer op te nemen. De medeverdachte heeft de geheime informatie, te weten de observatiefoto’s, aan de verdachte beschikbaar gesteld. Vervolgens heeft de verdachte contact gelegd met het slachtoffer, aan hem gezegd dat zij informatie over hem had en dat het slachtoffer voor deze informatie moest betalen. De verdachte heeft op haar beurt de informatie naar een derde gestuurd die de taak kreeg om het slachtoffer de observatiefoto’s te laten zien. Hiermee heeft de verdachte naar het oordeel van het Hof een wezenlijke bijdrage geleverd aan de omkoping en kan zij als medepleger worden aangemerkt.
Dit zijn ernstig strafbare feiten. Het behoeft geen betoog dat het doorspelen van informatie over het reilen en zeilen binnen de politieorganisatie in strijd is geweest met de plicht van de verdachte. Een politieambtenaar neemt bovendien, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in binnen de samenleving. Van een politieagent wordt daarom volledige integriteit en onkreukbaarheid verwacht.
Met hun handelen hebben de verdachte en de medeverdachte het noodzakelijke vertrouwen in de integriteit van het politiekorps van Sint Maarten geschaad. Het Hof rekent de verdachte deze gedragingen zwaar aan.
De reden om naast een werkstraf een ontzetting uit het ambt op te leggen is erin gelegen dat de verdachte door haar handelen er blijk van heeft gegeven de verantwoordelijkheid die bij het vervullen van het politieambt hoort, volstrekt onvoldoende te kunnen dragen.De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
BESLISSING
taakstraf, bestaande uit een werkstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis;
3 (drie) jarenvan het recht om het ambt van politieambtenaar te bekleden;