Uitspraak
Nummer: HAR-17/2023
[de verdachte],
wonende in [woonplaats],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond de voorlopige hechtenis van de verdachte centraal, die was bevolen wegens autodiefstal en heling van een of meerdere auto's op Curaçao. Het Hof oordeelde dat hoewel autodiefstal op grote schaal de rechtsorde kan schokken, de voorlopige hechtenis in deze zaak alleen betrekking had op de diefstal of heling van één auto. Dit feit alleen kon geen grond vormen voor een geschokte rechtsorde.
Het openbaar ministerie had weliswaar aanwijzingen voor een bredere betrokkenheid van de verdachte bij autodiefstal en heling van autoonderdelen, maar de voorlopige hechtenis was niet voor die feiten bevolen. Daarnaast was niet aannemelijk dat nader onderzoek naar het feit waarvoor de voorlopige hechtenis was bevolen noodzakelijk was.
Daarom concludeerde het Hof dat de gronden voor de voorlopige hechtenis niet langer aanwezig waren en besloot het de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang op te heffen. De beschikking werd op 21 maart 2023 in Curaçao uitgesproken door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de verdachte is met onmiddellijke ingang opgeheven wegens het ontbreken van voldoende gronden voor geschokte rechtsorde.