Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De ontvankelijkheid van het hoger beroep
3.De beoordeling
- i) de parkeerplaats aan de voorzijde van de woning van [appellante] is haar eigendom en zij hoeft niet te dulden dat geïntimeerde sub 1 daar ook parkeert, zij wordt daarom verboden die parkeerplaats te gebruiken;
- ii) de scheidsmuur tussen de percelen van partijen staat op de (nieuwe) erfgrens zoals die door verjaring is ontstaan; die scheidsmuur verdeelt ook de kruipruimte/technische ruimte in twee delen, waarbij partijen ieder toegang hebben tot hun deel van de kruipruimte met een op eigen grond gesitueerd luik en een trap naar beneden.