Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
oorspronkelijk gedaagde, thans appellante,
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
Strandhotel)) heeft overwogen:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak vordert appellante, de dochter van een overleden erflaatster, schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis van het ouderlijk huis. Het vonnis was gewezen door het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en kende de vordering van geïntimeerde, de zus van de erflaatster en executeur testamentair, toe.
De kern van het geschil betreft de eigendom van de woning die deel uitmaakt van de nalatenschap. Volgens het bestreden vonnis is de woning via testament gelegateerd aan geïntimeerde, wat blijkt uit een notariële akte van tenaamstelling. Echter, het overgelegde testament benoemt geïntimeerde als enige erfgenaam en onterft appellante, hetgeen tot onduidelijkheid leidt over de rechtspositie van appellante en haar minderjarige kinderen.
Appellante beroept zich op de legitieme portie van haar minderjarige kinderen als plaatsvervulling volgens artikel 4:12 lid 1 BW Pro, wat in het vonnis niet is behandeld. Gezien deze onduidelijkheid en het feit dat het om het ouderlijk huis van de minderjarigen gaat, weegt het belang van appellante bij het behoud van de huidige situatie zwaarder dan het belang van geïntimeerde bij onmiddellijke uitvoering. Het Hof schorst daarom de tenuitvoerlegging totdat op het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis is geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.