Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
dementie van het Alzheimer type.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal of de erflaatster ten tijde van de schenking van haar woning aan haar kleindochter wilsbekwaam was. De erflaatster was gediagnosticeerd met dementie, maar er waren tegenstrijdige medische verklaringen over haar wilsbekwaamheid. De zoon van de erflaatster stelde dat zij niet wilsbekwaam was en vorderde vernietiging van de schenking en andere maatregelen. De rechtbank in eerste aanleg wees deze vorderingen toe, maar het hof in hoger beroep heroverweegt dit.
Het hof analyseert uitgebreid de medische rapporten, waaronder verklaringen van huisartsen, psychiaters en een neuropsychologisch onderzoek. Hoewel er aanwijzingen zijn voor dementie en beperkingen in cognitieve functies, is niet overtuigend vastgesteld dat de erflaatster ten tijde van de schenking niet wilsbekwaam was. De rol van de notaris wordt ook besproken; deze had gerede twijfel moeten hebben over de wilsbekwaamheid, maar heeft te lichtvaardig gehandeld.
Het hof concludeert dat het voorshands niet bewezen is dat de erflaatster niet wilsbekwaam was bij het passeren van de volmacht en de schenking. Gezien de complexiteit en tegenstrijdigheid van het bewijs verwijst het hof de zaak naar de rolzitting voor nader bewijs, waaronder de mogelijke benoeming van een deskundige psychiater om het dossier te bestuderen. De zaak wordt aangehouden voor verdere besluitvorming.
Uitkomst: Het hof acht voorshands niet bewezen dat de erflaatster niet wilsbekwaam was en verwijst de zaak voor nader bewijs naar de rolzitting.