Uitspraak
1.[DE MAN],
1.[DE MAN],
2. [DE TWEEDE ECHTGENOTE],
De zaken in het kort
Het (verdere) verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Partijen zijn in 1991 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2005 gescheiden. In 2006 is door het Gerecht bepaald hoe de huwelijksgemeenschap moet worden verdeeld, een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. De man en zijn tweede echtgenote respecteren dit vonnis niet, wat leidde tot meerdere procedures.
De man en tweede echtgenote kwamen in hoger beroep tegen vonnissen uit 2022 en 2023 waarin onder meer werd bepaald dat zij huurinkomsten en banksaldi aan de vrouw moeten afdragen en het perceel aan een adres moeten ontruimen. Zij stelden onder meer dat de bebouwing op het perceel na de echtscheiding door hen is gerealiseerd en dat dit tot ongerechtvaardigde verrijking van de vrouw zou leiden.
Het Hof oordeelt dat het gezag van gewijsde van het verdelingsvonnis niet ter discussie staat en dat de man en tweede echtgenote het vonnis niet hebben gerespecteerd. De vorderingen van de vrouw zijn gebaseerd op het verdelingsvonnis en worden bevestigd. De beroepen van de man en tweede echtgenote falen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd. De man wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de eerdere vonnissen en wijst het hoger beroep van de man en tweede echtgenote af wegens niet-naleving van het verdelingsvonnis.