Uitspraak
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 4],
[geïntimeerde 5],
[geïntimeerde 6],
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
[geïntimeerde 10],
[geïntimeerde 11],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat de eigendom van een perceel grond in Rincon op Bonaire centraal. De erfgenamen van de oorspronkelijke bezitter stellen dat hun voorvader het perceel in bezit had en dat zij dit bezit via verjaring hebben voortgezet. Het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) betwist dit en stelt dat het perceel nooit eigendom is geweest van de erfgenamen en dat het aan het OLB toebehoort.
Het Hof verwijst naar eerdere tussenbeslissingen en oordeelt dat het beroep van het OLB op artikel 5:24 BW Pro BES niet opgaat, omdat niet kan worden aangenomen dat er geen andere eigenaar is. De erfgenamen hebben bezitsdaden aangetoond, waaronder afsplitsingen van het perceel in 1939 en 1948, die als bewijs van bezit gelden. Het Hof stelt vast dat de gezamenlijke erfgenamen het bezit en de lopende verjaring hebben voortgezet, conform de bepalingen in het BW BES.
Het Hof wijst het beroep van het OLB af en verklaart voor recht dat het perceel eigendom is van de gezamenlijke erfgenamen van de oorspronkelijke bezitter. Tevens veroordeelt het Hof het OLB in de kosten van het hoger beroep. Het verzoek van de erfgenamen tot een verklaring van eigendom wordt toegewezen, zodat zij het perceel kunnen verdelen en de benodigde formaliteiten kunnen vervullen.
Uitkomst: Het perceel grond te Rincon op Bonaire is eigendom van de gezamenlijke erfgenamen van de oorspronkelijke bezitter.