Uitspraak
Vonnis
[verdachte],
(het Hof begrijpt: het slachtoffer [slachtoffer])een portemonnee van iemand gestolen. Ik was toen samen met Quant
(het Hof begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte 1])[slachtoffer] gaan zoeken. Ik zag [slachtoffer] in een woning
(het Hof begrijpt: de woning van de getuige [getuige 1])en was toen naar die woning gegaan. Ik had [slachtoffer] niet gesproken, maar had hem in die woning een vuistslag gegeven. Hij viel in de woning. Een vrouw die in de woning was
(het Hof begrijpt: de getuige [getuige 1])zei "niet hier binnen". Ik had [slachtoffer] toen opgetild en buiten op straat gegooid. [slachtoffer] lag op de grond. Ik sloeg [slachtoffer] twee of drie keer in zijn gezicht.
BESLISSINGHet Hof:
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren;