In deze zaak gaat het om de verdeling van de nalatenschap van twee overledenen uit 1970 en 1988, waarbij het Hof eerder onroerende zaken heeft toegedeeld aan bepaalde deelgenoten bij wijze van overbedeling. De waarde van deze onroerende zaken is vastgesteld op NAf 1.625.000. Tevens is bepaald dat kosten van de nalatenschap en achterstallige belastingen vergoed moeten worden uit de opbrengst.
De kern van het geschil betreft de vraag of deelgenoten gebruiksvergoedingen verschuldigd zijn voor het gebruik van onroerende zaken binnen de nalatenschap. Het Hof overweegt dat familieleden zich stilzwijgend hebben neergelegd bij het gratis gebruik door anderen en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor commerciële exploitatie. Het Hof sluit aan bij eerdere oordelen dat gebruiksvergoedingen over de periode vóór 11 november 2014 niet meer kunnen worden gevorderd vanwege verjaring en redelijkheid.
Voor de periode na 11 november 2014 stelt het Hof gebruiksvergoedingen vast van in totaal NAf 111.000, verdeeld over twee adressen. Verder bepaalt het Hof dat de gelden eerst gebruikt worden voor kosten van notaris, onzijdig persoon en belastingen, daarna een vergoeding aan de overbedelde deelgenoten, waarna het restant in gelijke delen wordt verdeeld. Het Hof benoemt een notaris en een onzijdig persoon voor de afwikkeling en legt een termijn van een jaar voor afhandeling, waarna verkoop van onroerende zaken kan plaatsvinden indien nodig.
Het vonnis vernietigt het bestreden vonnis en stelt de verdeling en voorwaarden zoals hierboven vast. Kosten worden gecompenseerd en ieder draagt eigen kosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.