ECLI:NL:OGHACMB:2024:45

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
AUA2023H00058
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 235 RvArt. 271 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verbod op optreden als bestuurder na beëindiging bestuursfunctie

In deze zaak stond centraal of appellant zich na het einde van zijn bestuursfunctie mocht blijven voordoen als bestuurder van de vennootschappen Coco en Crystal. Het Gerecht in eerste aanleg had appellant verboden zich als bestuurder te gedragen en bestuursbesluiten te nemen namens deze vennootschappen. Appellant stelde hoger beroep in, maar diende zijn memorie van grieven te laat in, waardoor het Hof deze niet in behandeling nam.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft appellant zich beperkt tot de feiten omtrent zijn beëindigde bestuursfunctie, welk feit onbetwist bleef. Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht en voegde toe dat appellant zich niet als bestuurder mag gedragen, noch zich als zodanig mag identificeren.

Het Hof veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De zaak betreft het Serena Project waarbij de vennootschappen betrokken zijn, en de bestuursstructuur die inmiddels is gewijzigd. Het vonnis onderstreept het belang van correcte bestuursvertegenwoordiging en het respecteren van beëindigde bestuursmandaten.

Uitkomst: Het Hof bevestigt het verbod voor appellant om zich als bestuurder van Coco en Crystal te gedragen en veroordeelt hem in de proceskosten.

Uitspraak

BURGERLIJKE ZAKEN OVER 2024
UITSPRAAK: 9 april 2024
ZAAKNR: AUA202300468 – AUA2023H00058
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in kort geding in de zaak van:
[APPELLANT]
wonend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,
procederend in persoon (voorheen gemachtigden: mrs. N.C. Gravenstijn en G. de Hoogd),
-tegen-
1. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MASSARI REALTY, PROPERTY MANAGEMENT & SERVICES VBA,
2.
[GEÏNTIMEERDE 2],
3. de naamloze vennootschap
COCO BEACH N.V.,
4. de naamloze vennootschap
CRYSTAL REAL ESTATE N.V.,
gevestigd c.q. wonend in Aruba,
in eerste aanleg eiseressen, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski.
Appellant wordt hierna aangeduid als [Appellant]. Geïntimeerden worden hierna (gezamenlijk) aangeduid als Massari c.s. dan wel (afzonderlijk) als Massari, [Geïntimeerde 2], Coco en Crystal.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht), wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 22 maart 2023.
1.2 [
Appellant] is in hoger beroep gekomen van dat vonnis door indiening op 11 april 2023 van een daartoe strekkende akte ter griffie van het Gerecht. Bij een op 9 mei 2023 ter griffie ingediende memorie van grieven, heeft hij drie grieven aangevoerd, deze toegelicht en geconcludeerd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, met veroordeling van Massari c.s. in de proceskosten van beide instanties.
1.3
Massari c.s. hebben op 30 mei 2023 een memorie van antwoord ingediend, waarbij zij de grieven hebben bestreden en geconcludeerd dat het Hof het hoger beroep ongegrond zal verklaren, met veroordeling van [Appellant] in de proceskosten.
1.4
Op de zitting van 5 februari 2024 heeft mondeling pleidooi plaatsgevonden. Aldaar zijn partijen verschenen, [Geïntimeerde 2] pro se en als vertegenwoordiger van Massari, Coco en Crystal, bijgestaan door hun gemachtigde. Partijen hebben gepleit, Massari c.s. aan de hand van een ter zitting overgelegde pleitnota en op voorhand overgelegde producties, en er zijn vragen van het Hof beantwoord.
1.5
Uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Memorie van Grieven
2.1
Ingevolge art. 235 Rv Pro in verbinding met art. 271 Rv Pro was [Appellant] bevoegd om binnen drie weken na het instellen van hoger beroep, dus uiterlijk op 2 mei 2023, een memorie van grieven in te dienen. Nu de memorie van grieven buiten die termijn is ingediend, mag het Hof daarop geen acht slaan. Een appellant die niet tijdig een memorie van grieven heeft ingediend is wel bevoegd om zijn zaak te bepleiten. Dat pleidooi kan dan niet dienen als een toelichting op de grieven. Dat neemt niet weg dat [Appellant] wel gelegenheid moet worden gegeven door hem in eerste aanleg aangevoerde stellingen en weren toe te lichten, te verbeteren en aan te vullen met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. Met nieuwe, voor het eerst bij pleidooi aangevoerde feiten mag de rechter rekening houden als de wederpartij deze feiten erkent of aanvaardt dat deze feiten in de rechtsstrijd worden betrokken. Ingeval de wederpartij dit niet aanvaardt, kan de rechter deze feiten terzijde laten op de grond dat de wederpartij daarop niet meer voldoende heeft kunnen reageren (zie HR 10 november 2000, NJ 2001/301 m.nt. HJS).
2.2
Uit het bovenstaande volgt dat het Hof acht zal slaan op hetgeen [Appellant] bij pleidooi in hoger beroep nader heeft aangevoerd in verband met hetgeen hij in eerste aanleg heeft aangevoerd. Met inachtneming van het voorgaande zal het Hof de zaak beoordelen.
Feiten
2.3
Het Hof gaat uit van de volgende feiten, die door het Gerecht zijn vastgesteld (zie rov. 2.1 tot en met 2.4 van het bestreden vonnis).
2.3.1
Crystal is erfpachthouder van een aantal percelen domeingrond gelegen te Rogers Beach, San Nicolaas, Aruba. De verkrijging van de in erfpacht uitgegeven percelen domeingrond is hypothecair gefinancierd. Beoogd is op de percelen domeingrond appartementencomplexen te ontwikkelen (hierna: het Serena Project). De achterliggers en financiers van het Serena Project zijn Massari en [Geïntimeerde 2].
2.3.2
Massari houdt 80% van de aandelen in Coco (opgericht op 19 juni 1998). De resterende 20% van de aandelen in Coco worden gehouden door 1) Greenland Financial Group, Corp., met als bestuurder [Appellant], 2) Yosemite Investments Ltd. en 3) de heer [persoonsnaam].
2.3.3
Coco houdt alle aandelen in Crystal (opgericht op 7 februari 2006). Beoogd, doch nog niet geëffectueerd, is dat de aandelen in Crystal worden overgedragen aan Massari.
2.3.4 [
Geïntimeerde 2] is de enige bestuurder van Massari, Coco en Crystal. [Appellant] was tot 1 november 2022 (mede-) bestuurder van Coco en tot 27 januari 2023 (mede-) bestuurder van Crystal.
Vonnis waarvan beroep
2.4
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht op vordering van Massari c.s., samengevat:
1) [Appellant] verboden om zich voor te doen als (statutair) bestuurder van Coco en
Crystal, (bestuurs-) besluiten te nemen en/of zich naar derden toe te identificeren als (statutair) bestuurder van Coco en Crystal; en
2) [Appellant] verboden om feitelijke of rechtshandelingen te verrichten namens Coco en Crystal en/of om Coco en Crystal op enige wijze te binden,
beide op straffe van een dwangsom.
Oordeel Hof
2.5
Het Hof verenigt zich met het bestreden vonnis en maakt dit tot het zijne, en voegt hieraan het volgende toe. Bij het pleidooi is [Appellant] alleen ingegaan op de voorgeschiedenis van het geschil en de feitelijke gang van zaken daaromtrent, uitgaande van het steeds tussen partijen vastgestaan hebbende feit dat [Appellant] geen bestuurder (meer) is van Coco en Crystal. Ook in hoger beroep bestaat over dat laatste geen discussie. Dit feit brengt mee dat het [Appellant] niet is toegestaan om zich, op wat voor manier dan ook, als bestuurder van Coco of Crystal te gedragen.
Slotsom
2.6
De conclusie luidt dat het betreden vonnis zal worden bevestigd en dat [Appellant], als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten in hoger beroep van Massari c.s. zal worden veroordeeld.
BESLISSING:
Het Hof:
bevestigt het bestreden vonnis;
veroordeelt [Appellant] in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Massari c.s., tot op heden begroot op NAf 6.000,- aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, E.A. Saleh en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 9 april 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.