Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De procedure bij het Gerecht
4.De beoordeling
23 april 2024voor akte aan de zijde van de vrouw, waarna de man op een nadere rolzitting een antwoordakte kan nemen;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Partijen zijn internationaal gehuwd en gescheiden van elkaar gaan wonen. De vrouw startte in het Verenigd Koninkrijk een echtscheidingsprocedure met twee vonnissen, die de man niet erkend wil zien in Curaçao.
Het Gerecht in eerste aanleg heeft de vordering van de vrouw toegewezen tot betaling van een groot bedrag conform het tweede UK-vonnis. De man ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het Hof overweegt dat het Nederlandse/Britse verdrag tot wederzijdse erkenning niet van toepassing is op familierechtelijke geschillen. Daarom is toetsing aan artikel 431 lid 2 Rv Pro en de Gazprombank-criteria vereist.
Het Hof verlangt nadere stukken van de vrouw ter onderbouwing van het verzoek en stelt een procedurele planning vast met een rolzitting voor akte en antwoordakte. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar rolzitting voor nadere stukken en beantwoording.