Uitspraak
[APPELLANT 1],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellanten maken aanspraak op rechten op grond en water aan de Simpson Bay in Sint Maarten, waarop zij al jaren gebruik maken en commerciële activiteiten ontplooien. In 1986 werd het perceel in erfpacht uitgegeven aan WED, een vennootschap waarbij de notaris betrokken was die de akte verleden heeft. Appellanten vorderen onder meer nakoming van een gestelde overeenkomst, eigendom door verjaring, nietigheid van de erfpachtuitgifte en schadevergoeding.
Het Hof oordeelt dat er geen bindende overeenkomst tot stand is gekomen tussen appellanten en het Land, mede omdat de gedeputeerde niet bevoegd was dergelijke afspraken te sluiten. Ook is niet voldaan aan de vereisten voor verkrijging door verjaring, omdat appellanten onvoldoende ondubbelzinnig bezit hebben genomen. De uitgifte van het perceel in erfpacht aan WED in 1986 is echter nietig wegens strijd met het toen geldende notarisreglement, omdat de notariële akte ten voordele van de notaris zelf strekte.
De uitgifte van het waterperceel in 2012 is niet nietig. De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van het Land is niet verjaard en wordt toegewezen voor schade ontstaan sinds februari 2018. Het Hof veroordeelt het Land tot vergoeding van deze schade en veroordeelt het Land en WED hoofdelijk in de proceskosten. Het vonnis van het Gerecht wordt vernietigd en de gewijzigde eis gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: De uitgifte erfpacht aan WED in 1986 is nietig verklaard en het Land veroordeeld tot schadevergoeding aan appellanten.