Uitspraak
Wrakingskamer
1.[A],
2. [B],
3. [C],
,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter in de hoofdzaak, stellende dat de rechter de wederpartij bevoordeelde door voor hen een tolk te regelen terwijl verzoekers zelf voor hun tolken moesten zorgen en betalen. De rechter gaf geen uitleg over deze ongelijke behandeling, ondanks een expliciete vraag van verzoekers.
De wrakingskamer overwoog dat hoewel een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid kunnen rechtvaardigen. De ongelijke behandeling van tolken en het uitblijven van een toelichting door de rechter, temeer in een gespannen procesverhouding, wekten een dergelijke vrees op.
De rechter stelde dat het regelen van de tolk voor de wederpartij louter praktische redenen had en zij zich niet bewust was van het kostenaspect, maar dit weerlegde de schijn van partijdigheid onvoldoende. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en wordt het proces voortgezet door een andere rechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen en het proces wordt voortgezet door een andere rechter.