Uitspraak
[APPELLANT 1],
[APPELLANT 2],
[APPELLANT 3],
[APPELLANT 4],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellanten stonden op de wachtlijst voor uitgifte van overheidsgrond op Bonaire voor woningbouw en vorderden in eerste aanleg en hoger beroep dat het openbaar lichaam Bonaire (OLB) de wachtlijst en interne regels zou respecteren bij de uitgifte van erfpachtpercelen.
Het Gerecht wees alle vorderingen af, wat appellanten in hoger beroep betwistten met gewijzigde vorderingen. Het Hof beoordeelde de zaak aan de hand van het Didam-arrest van de Hoge Raad, dat stelt dat overheidslichamen bij verkoop of uitgifte van onroerende zaken het gelijkheidsbeginsel en beginselen van behoorlijk bestuur moeten naleven.
Het Hof oordeelde dat appellanten geen exclusief recht op voorrang hebben en dat het OLB een selectieprocedure met objectieve criteria moet hanteren. De eis tot eerbiediging van het nieuwe grondbeleid en publicatie van interne regels kon niet worden toegewezen omdat die regels niet bestonden of niet openbaar waren. Ook de alternatieve vordering tot uitgifte van een perceel werd afgewezen. Het Hof bevestigde het vonnis van eerste aanleg en veroordeelde appellanten in de kosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van afwijzing van de vorderingen van appellanten en veroordeelt hen in de kosten van het hoger beroep.