Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 9 april 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep over een geschil tussen appellante en geïntimeerden betreffende onrechtmatig handelen en de executie van vonnissen.
Het Hof heeft het bestreden vonnis vernietigd en geoordeeld dat geïntimeerde 1 het verstekvonnis van 23 maart 2016 niet mag uitvoeren. Tevens is bepaald dat het hofvonnis van 28 juli 2015 door appellante mag worden geëxecuteerd alsof het verstekvonnis niet was gewezen. Het Hof heeft vastgesteld dat geïntimeerden onrechtmatig hebben gehandeld door een gefingeerde vordering te creëren en te verhalen op het vermogen van geïntimeerde 2.
Verder is geïntimeerde 1 veroordeeld het beslag op een woning op te heffen en te doen doorhalen in het Kadaster, met machtiging voor appellante om dit zelf te doen indien geïntimeerde 1 niet voldoet. Geïntimeerde 2 is veroordeeld om dit te gedogen. Beide partijen zijn veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof verbiedt de executie van het verstekvonnis, erkent onrechtmatig handelen en veroordeelt geïntimeerden tot opheffing van beslag en proceskosten.