ECLI:NL:OGHACMB:2024:79

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 juni 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
CUR2023H00296
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 79 Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 96 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek inzake onderstandsuitkering na weigering verstrekken inkomstengegevens

Verzoeker heeft bij het Gemeenschappelijk Hof een herzieningsverzoek ingediend tegen de uitspraak van 24 mei 2023, waarin zijn hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot verhoging van zijn onderstandsuitkering ongegrond werd verklaard.

De minister van Sociale Zaken, Arbeid en Welzijn had het verzoek van verzoeker afgewezen omdat hij weigerde zijn gemiddelde extra inkomsten uit het venten van pinda's te specificeren. Het Hof oordeelde dat deze weigering terecht was en dat de minister daarom het verzoek mocht afwijzen.

Verzoeker stelde dat hij ter zitting had aangegeven ongeveer NAƒ600,- per maand te verdienen, maar dat deze verklaring niet werd geloofd. Hij voerde aan dat zijn grondrechten werden geschonden door de uitspraak, omdat hij daardoor geen hogere uitkering ontvangt.

De voorzitter van het Hof heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 96 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) en concludeerde dat er geen sprake is van nova, oftewel nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het verzoek om herziening is daarom kennelijk ongegrond en wordt afgewezen.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 12 juni 2024 door de voorzitter van het Hof, mr. W.H. Bel.

Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van nova; de eerdere afwijzing van de verhoging van de onderstandsuitkering blijft gehandhaafd.

Uitspraak

CUR2023H00296
Datum uitspraak: 12 juni 2024
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de voorzitter) na vereenvoudigde behandeling (artikel 79 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak; hierna: Lar) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in Curaçao,
verzoeker,
om herziening (artikel 96 van Pro de Lar) van de uitspraak van het Hof van 24 mei 2023 in zaak nr. CUR2022H00241, ECLI:NL:OGHACMB:2023:74.

Procesverloop

Bij uitspraak van 24 mei 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:74 (hierna: de uitspraak) heeft het Hof het hoger beroep van [verzoeker] ongegrond verklaard.
[verzoeker] heeft het Hof verzocht de uitspraak te herzien.
De minister van Sociale Zaken, Arbeid en Welzijn (hierna: de minister) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

In de uitspraak lag een beschikking van de minister van 23 augustus 2021 voor waarin het verzoek van [verzoeker] om verhoging van zijn onderstandsuitkering is afgewezen. Het Hof heeft in de uitspraak onder meer overwogen dat [verzoeker], naast zijn onderstand, geld verdient met het venten van pinda's en dat deze extra inkomsten van belang zijn voor de vaststelling van de hoogte van de onderstand. De minister heeft in verband met het verzoek gevraagd naar de gemiddelde extra inkomsten, maar [verzoeker] heeft deze informatie niet willen geven. Van [verzoeker] mag worden verwacht dat hij laat zien hoeveel hij gemiddeld verkoopt. Omdat [verzoeker] blijft weigeren deze gegevens te verstrekken, heeft de minister het verzoek terecht afgewezen. Er is ter zitting geprobeerd tot een schatting te komen, maar [verzoeker] heeft niet voldoende bereidheid laten zien om daaraan mee te werken, aldus het Hof in de uitspraak.
[verzoeker] wil dat de uitspraak wordt herzien. Hij voert aan dat hij ter zitting heeft gezegd dat hij de afgelopen zes maanden ongeveer NA
f600,- heeft verdiend, maar dat de gemachtigde van de minister ter zitting heeft gezegd dat zij dit niet gelooft. Volgens [verzoeker] worden zijn grondrechten geschonden door de uitspraak omdat hij als gevolg daarvan geen hogere onderstandsuitkering ontvangt.
Op grond van artikel 79, eerste en vierde lid, in samenhang gelezen met artikel 96, tweede lid, van de Lar kan de voorzitter van het Hof onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het verzoek hem niet nodig voorkomt omdat onder meer het verzoek kennelijk ongegrond is.
Op grond van artikel 96 van Pro de Lar kan het Hof op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nader gebleken feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. de verzoekende partij redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij het Hof eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Feiten en omstandigheden die aan al deze voorwaarden voldoen, worden nova genoemd. Alleen als sprake is van nova kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien. Uit hetgeen [verzoeker] in zijn verzoek naar voren heeft gebracht kunnen zodanige feiten en omstandigheden niet worden afgeleid. Er is dus geen sprake van nova. Uit het verzoekschrift leidt de voorzitter af dat [verzoeker] het niet eens is met de uitspraak. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is echter niet bedoeld om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.
Het verzoek om herziening van de uitspraak moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024.