Uitspraak
gemachtigden: mrs. J.A.M. Jansen en E. Bokkes.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat een geschil centraal tussen een pedagogisch medewerker en haar werkgever over de geldigheid van werkroosters en de loonbetaling over een periode waarin de werknemer niet heeft gewerkt. De werknemer werkte volgens een alternatief rooster na onenigheid over de door de werkgever gehanteerde roosters, die door de Inspectie Arbeid als onrechtmatig werden beoordeeld.
De werkgever hield het loon van de werknemer over de betreffende periode in, stellende dat sprake was van werkweigering. De werknemer vorderde betaling van het achterstallige loon, hetgeen door het Gerecht in eerste aanleg werd toegewezen. De werkgever ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde het oordeel van het Gerecht en oordeelde dat de werknemer recht heeft op loon omdat de niet-uitvoering van arbeid het gevolg was van omstandigheden die meer in de risicosfeer van de werkgever liggen. De schorsing van de werknemer en de onjuiste communicatie van de Landsbemiddelaar deden hieraan niet af. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon, incassokosten en proceskosten, inclusief kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de werknemer recht heeft op loon over de periode van niet-werken vanwege onrechtmatige werkroosters en veroordeelt de werkgever tot betaling van loon en kosten.