ECLI:NL:OGHACMB:2025:11
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- C.G. ter Veer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding tussen de vrouw en de man, beiden woonachtig te Curaçao. In hoger beroep stond de betekenis van een vaststellingsovereenkomst centraal die was gesloten voordat het Gerecht het eindvonnis wees, maar die niet aan het Gerecht was voorgelegd.
Het Hof had bij tussenvonnis van 30 juli 2024 reeds een voorlopig oordeel gegeven dat in de vaststellingsovereenkomst niet was overeengekomen dat de boedelscheidingszaak zou worden geroyeerd en dat partijen nog vorderingen op elkaar hadden. De man onderschreef dit oordeel in zijn akte, terwijl de vrouw dit betwistte maar haar standpunt niet nader toelichtte.
Na nadere beoordeling heeft het Hof het voorlopige oordeel zonder voorbehoud bevestigd, waardoor het hoger beroep van de vrouw wordt verworpen en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, gelet op hun eerdere huwelijk en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden vonnis wordt bevestigd met compensatie van proceskosten.