ECLI:NL:OGHACMB:2025:129
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: verlaging bijdrage vader op draagkrachtbasis
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg Curaçao betreffende kinderalimentatie. De moeder had een bijdrage van 914,14 gulden per maand gevraagd, gebaseerd op de behoefte van het minderjarige kind. Het Gerecht had de behoefte gematigd tot 1.105,75 gulden en de vader verplicht tot betaling van 553 gulden per maand, de helft van de behoefte.
De vader stelde dat hij het bedrag van 553 gulden niet kon betalen en verzocht om verlaging, onderbouwd met een specificatie van zijn lasten. De moeder wilde vasthouden aan de helft van de behoefte. Het Hof ging uit van de vastgestelde behoefte van 1.106 gulden en berekende de draagkracht van beide ouders. De draagkracht werd bepaald als het netto-inkomen minus het bestaansminimum en woonlasten, waarbij woonlasten werden gesteld op 30% van het inkomen.
De moeder had een draagkracht van circa 2.256 gulden, de vader circa 957 gulden, gezamenlijk 3.213 gulden. De alimentatieplicht werd naar draagkracht verdeeld, waardoor de vader een bijdrage van 329 gulden per maand moet betalen. Het Hof vernietigde de eerdere beschikking en deed opnieuw recht met deze aangepaste bijdrage. Er werd geen kostenveroordeling opgelegd vanwege de relatie tussen partijen.
Uitkomst: De vader moet maandelijks 329 gulden kinderalimentatie betalen, gebaseerd op zijn draagkracht.