ECLI:NL:OGHACMB:2025:132

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
19 juni 2025
Zaaknummer
AUA2024H00192
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk

Partijen zijn sinds 17 november 1966 gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben drie meerderjarige kinderen. In november 2023 verliet de vrouw de echtelijke woning. De vrouw verzocht bij het Gerecht de echtscheiding uit te spreken en de gemeenschap van goederen te verdelen. Het Gerecht wees dit verzoek toe.

De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht het Hof de echtscheiding af te wijzen. Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde de vrouw uitdrukkelijk haar wens om niet meer met de man getrouwd te zijn en niet meer met hem te willen praten, zonder dat sprake was van een overhaast besluit.

Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 1:151 BWA Pro het huwelijk duurzaam is ontwricht wanneer een echtgenoot niet meer met de ander kan samenleven. Gezien de stand van zaken is de duurzame ontwrichting vastgesteld en dient de man de echtscheiding te accepteren. De beschikking van het Gerecht wordt bevestigd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: Het Hof bevestigt de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting en wijst het hoger beroep van de man af.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers: AUA202303995 - AUA2024H00192
Uitspraak: 10 juni 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
appellant, in eerste aanleg verweerder,
gemachtigde: mr. G.L. Griffith,
tegen
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
geïntimeerde, in eerste aanleg verzoekster,
gemachtigde: mr. R.A. Wix.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij op 24 juni 2024 ingekomen beroepschrift, met productie, is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen en op 27 mei 2024 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). Hierbij heeft de man zijn bezwaren tegen de beschikking toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof de beschikking zal vernietigen en het verzoek van de vrouw tot echtscheiding alsnog zal afwijzen.
1.2
Op dinsdag 1 april 2025 heeft een mondelinge behandeling door het Hof plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Aruba. Ter zitting zijn verschenen de man, bijgestaan door zijn gemachtigde, en namens de vrouw haar gemachtigde, die een pleitnota heeft ingediend. De voorzitter van het Hof heeft, met instemming van de man en de gemachtigden alleen in tegenwoordigheid van de griffier een gesprek gehad met de vrouw, die elders in het gerechtsgebouw aanwezig was, maar niet ter zitting wilde verschijnen om een confrontatie met de man te vermijden.
1.3
Beschikking is aangezegd en bepaald op vandaag.

2.De feiten

Partijen zijn op 17 november 1966 in Aruba met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hebben drie inmiddels meerderjarige kinderen. De vrouw heeft in november 2023 de echtelijke woning verlaten.

3.De procedure bij het Gerecht

3.1
De vrouw heeft het Gerecht verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en verdeling van de gemeenschap van goederen te bevelen.
3.2
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht de verzoeken van de vrouw toegewezen.

4.De beoordeling

4.1
Op grond van artikel 1:151 BWA Pro wordt de echtscheiding op verzoek van een der echtgenoten uitgesproken indien het huwelijk duurzaam is ontwricht. Als deze echtgenoot stelt dat deze niet meer met de andere echtgenoot kan samenleven is dat een zeer ernstige aanwijzing dat van duurzame ontwrichting sprake is.
4.2
Deze situatie is hier aan de orde. De vrouw heeft bij het Gerecht via haar gemachtigde kenbaar gemaakt niet meer met de man te willen praten en niet meer met hem getrouwd te willen zijn. Zij heeft dit in het gesprek met de voorzitter van het Hof toegelicht en heeft uitdrukkelijk bevestigd dat dit haar eigen wens is en dat zij hier niet op terug wil komen. Van een overhaast besluit, volgens de man slechts genomen onder invloed van de kinderen, is dus geen sprake.
4.3
Met deze stand van zaken is van duurzame ontwrichting van het huwelijk sprake en heeft de man de echtscheiding te accepteren. De beschikking waarvan beroep zal daarom worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de beschikking waarvan beroep;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.M. van der Bunt en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 10 juni 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.