In deze zaak staat centraal of huurder het gehuurde perceel met daarop haar woning moet ontruimen op verzoek van verhuurder. De rechtbank wees de vordering tot ontruiming af, en verhuurder ging in hoger beroep. Het Hof bevestigt dit vonnis en overweegt dat hoewel verhuurder een bouwvergunning heeft om een appartement te bouwen, het woonbelang van huurder, die sinds 1986 op het perceel woont en een woning heeft gebouwd, zwaar weegt.
Verhuurder stelde dat huurder tekort is geschoten door zonder toestemming een aanbouw te realiseren ondanks een bouwstop, maar het Hof oordeelt dat dit geen schending van de huurovereenkomst vormt omdat de overeenkomst geen gebruiksbeperkingen met betrekking tot vergunningen bevat. De bouwstop uit 2015 betrof specifiek de aanbouw van huurder.
Het Hof benadrukt de onzekerheid of de bodemrechter de vordering tot ontruiming zal toewijzen, mede omdat verhuurder zelf een alternatief woonperceel voor huurder heeft aangeboden. Het spoedeisend belang ontbreekt daarom, en partijen wordt aangeraden om minnelijk overleg te voeren over een woonalternatief. De kosten van de procedure worden aan verhuurder opgelegd.