ECLI:NL:OGHACMB:2025:195
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting voorwaardelijke machtiging tot voorlopige plaatsing bij GGZ Sint Maarten
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 24 juli 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de Procureur-Generaal van Sint Maarten tot voortzetting van een voorwaardelijke machtiging tot voorlopige plaatsing van betrokkene bij de Mental Health Foundation (MHF).
Betrokkene lijdt aan een schizofrene stoornis en verblijft sinds december 2024 vrijwillig bij de Guided Living van MHF. Voorafgaand was zij opgenomen vanwege gevaar voor zichzelf en haar omgeving door psychotisch gedrag en slechte zelfzorg. De Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid had op 2 juli 2025 een machtiging verleend voor voorlopige plaatsing, met de voorwaarde dat deze niet ten uitvoer wordt gelegd zolang ambulante behandeling zinvol is.
Het Hof oordeelde dat de voorwaarden voor onvrijwillige opname op grond van artikel 14 van Pro de Landsverordening tot regeling van het toezicht op krankzinnigen (Lv GGZ) in beginsel zijn vervuld. Echter, gelet op proportionaliteit en subsidiariteit is vrijheidsbeneming achterwege gelaten zolang ambulante behandeling met medicatie en controles effectief en uitvoerbaar is. Betrokkene heeft verklaard zich aan het behandelplan te zullen houden.
De voorwaardelijke machtiging wordt daarom voor maximaal zes maanden voortgezet, ingaande 2 juli 2025, met de mogelijkheid tot eerdere beëindiging indien de toestand van betrokkene dat vereist. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze uitspraak staat cassatie open.
Uitkomst: De voorwaardelijke machtiging tot voorlopige plaatsing wordt voor maximaal zes maanden voortgezet.